Brief hulphond


                                                                                                          


Aan college van B en W.   


19  mei 2015, Etten-Leur


Betreft: epilepsie-hulphond 


Gedacht college,


In Bn de Stem van 24 april 2015  stond een interview met Bas Wildhagen en zijn moeder Ans

In het interview kwam duidelijk naar voren dat Bas zelfredzaamheid toont en niet afhankelijk wil zijn van de gemeente.  Bas heeft eerst begeleid wonen gehad, wat betaald werd door de gemeente.  Hij woont nu zelfstandig zonder hulp, heeft werk, alleen hij heeft iedere week epileptische aanvallen. Voor zijn veiligheid heeft hij hulp nodig van een hulphond. Om zelfstandig te kunnen blijven wonen in de toekomst is het daarom raadzaam dat hij een hulphond krijgt. Echter de gemeente heeft de aanvraag afgewezen en ook zijn zorgverzekeraar is niet bereid om de hond te vergoeden. De wethouder geeft aan dat vanuit de WMO er een compensatieverplichting is, maar geen optimalisatieverplichting en hoopt dat Bas een hulphond krijgt via een hulporganisatie. 


Ik heb wat navraag gedaan en via mijn netwerk ben ik in aanraking gekomen met het Ondersteunings Team Decentralisaties( OTD) Zij wezen mijn op de wet langdurige zorg met daarin opgenomen een artikel 10.1.2 dat in het geval van een epilepsie-hulphond uitkomst kan bieden.  Bij wijze van een experiment is er een mogelijkheid om via een Fonds langdurige zorg middelen te verkrijgen om daadwerkelijk een hulphond voor Bas te regelen. Het mooie aan dit artikel is dat men niet alleen iemand helpt, maar ook de nodige gegevens zal verkrijgen. Hierdoor zal er in de toekomst bij een aanvraag van een epilepsie-hulphond een andere persoon gelijk geholpen kunnen worden door zorgverzekeraar of gemeente. 

Gemeente en zorgverzekeraar zullen wel bereid moeten zijn een aanvraag in te dienen om zodoende aanspraak te kunnen maken op het fonds.


Ik heb dan ook de volgende vragen aan het college:

1. Is het college op de hoogte van de wettelijke regeling zoals opgenomen in de Wet Langdurige Zorg?

2. Zo, ja. Waarom heeft het college zelf geen actie ondernomen om via een experiment Bas van Wildhagen te helpen?

3. Zo, nee. Gaat het college zich verdiepen in het artikel 10.1.2 van de  Wet Langdurige Zorg?

4. Is het college bereid om samen met de zorgverzekeraar CZ het experiment voor een epilepsie-hulphond aan te vragen bij het Fonds langdurige zorg?


Ik zie u reactie graag tegemoet,



Namens Fractie de Regt,


Clasien de Regt


Bijlage:  Wet langdurige zorg 


Artikel 10.1.1

1. Bij algemene maatregel van bestuur kan bij wijze van experiment, met het oog op het onderzoeken van mogelijkheden om deze wet doeltreffender uit te voeren, worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van hoofdstuk 2 en van hoofdstuk 3, § 1.

2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt geregeld op welke wijze van welke artikelen wordt afgeweken en kunnen alleen regels worden gesteld:

a. ter verbetering van de samenwerking tussen Wlz-uitvoerders, zorgaanbieders, gemeenten, het CAK, het CIZ en de zorgautoriteit;

b. ter verbetering van de innovatieve ontwikkeling en kwaliteit van de langdurige zorg;

c. over de verantwoording van de uitgaven ten laste van het Fonds langdurige zorg;

d. over het verstrekken van inlichtingen over de resultaten van het experiment;

e. hoe wordt vastgesteld of het met het experiment nagestreefde doel is behaald;

f. over de voorwaarden die tijdens de gelding van het experiment van toepassing zijn op personen of instanties die in het experiment een rol vervullen;

g. over de omstandigheden waaronder het experiment tussentijds kan worden ingetrokken op grond van een daartoe strekkende aanwijzing van Onze Minister.


3. De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

4. Onze Minister zendt drie maanden voor het einde van de geldingsduur van een experiment aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het experiment in de praktijk, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan, anders dan als experiment.

5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid vervalt binnen drie jaar na de inwerkingtreding, tenzij:

a. in de algemene maatregel van bestuur is bepaald dat deze eerder vervalt;

b. binnen drie jaar een voorstel van wet is ingediend bij de Staten-Generaal om het experiment om te zetten in een wettelijke regeling.


6. Indien het in het vijfde lid, onderdeel b, bedoelde voorstel van wet wordt ingetrokken of indien een van de beide Kamers der Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de algemene maatregel van bestuur onverwijld ingetrokken. Wordt het voorstel tot wet verheven, dan wordt de algemene maatregel van bestuur ingetrokken op het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.


Zojuist spraken we elkaar naar aanleiding van uw bericht. Zoals aangegeven is de kern van de WMO dat gemeenten ruimte hebben om eigen beleid en afwegingen te kunnen maken. Tegelijkertijd zien we bij veel gemeenten terug dat daarbij ook voor hen, begrijpelijk, voor het oordeel onafhankelijk onderzoek als basis zeer wenselijk wordt geacht.

Om te voorkomen dat nieuwe mogelijkheden hierdoor onnodig lang niet beschikbaar komen voor cliënten is hiervoor in de WLZ een experimenteer-artikel opgenomen. Hoewel opgenomen in de WLZ heeft dit artikel tevens betrekking op WMO en ZVW. Het artikel waarover we spraken is art 10.1.2. Wellicht biedt dit, in overleg met betrokken partijen, ook mogelijkheden voor deze casus.